Atletiek- en Trimvereniging Atledo Dongen

Caubergtrail; De berg spreekt

Geplaatst op woensdag 4 april 2018 om 16:37 uur

 

Het is 31 maart 2018. Met een peloton van Atledoërs staan we samen met nog zo’n 1300 krijgers aan de start van de Caubergtrail. We hebben ons strijdplan duidelijk: 2 van ons bestrijden dit roofdier zo lang mogelijk en gaan 30 km lopen, 1 tart hem 9 km en de kern gaat voor 18 km. Iedereen op zijn eigen tempo, vooral tactisch lopen want het gaat bij een trail immers niet om wie de snelste is.

Het startschot klinkt en we gaan gelijk omhoog. De 1e beproeving. Ik voel gelijk mijn benen en mijn hartslag stijgt. Boven een verleiding: Thermae 2000. De gedachte een sauna te nemen kan ik echter gemakkelijk weerstaan. We dalen, draaien en keren in de natte klei. Onverwachts komt er een kleine maar vinnige beklimming. Ik voel dat ik niet genoeg snelheid heb en glijdt uit in de natte klei. Ik hoor de berg lachen maar wordt gelukkig gelijk omhoog geholpen door een medeloper.

Tijd om te herstellen heb ik nauwelijks. We draaien naar links en ik kijk tegen een helling van 12% op. Zo lang mogelijk blijf ik mijn tempo lopen maar moet op een gegeven moment, zoals iedereen, gaan wandelen. Naar beneden lopend word ik overvallen door een flinke hoestbui. De naweeën van de griep. Alsof de berg het wist dat dit zou gebeuren brengt ze mij in de verleiding om de afslag naar de 9 km te nemen. Maar ik ben te trots en ga door.

Weer een beklimming en weer moet ik halverwege wandelen. Eenmaal boven pak ik weer mijn ritme en tempo op. Rustig daal ik af tot ik achter mij hoor: “We zitten verkeerd.” Een pijl stond wat verscholen achter een boom. “Tja dat hoort erbij” denk ik en klim weer terug omhoog. De berg gromt.

De komende kilometers laat de berg zijn milde kant zien. Mooie paadjes en prachtige vergezichten vergezeld door een heerlijk lente zonnetje. Maar ik ben op mijn hoede en dit blijkt niet voor niets te zijn geweest. We moeten een hele steile klim maken over een grasveld. Door de modder mis ik de grip en dreig weer te vallen. Hortend en stotend kom uitgeteld boven. Ik kijk nog even naar beneden en zie mensen op handen en voeten omhoog klimmen. Ik knipoog naar de berg en denk bij mijzelf: “je gaat me niet klein krijgen vandaag.”

Nog 3,5 km. Genietend loop ik en heb al een beetje een overwinningsroes over me. Dom natuurlijk want dat weet de berg ook. Vanuit het niets kijk ik tegen een muur van trappen aan en ik hoor de berg weer lachen. Mijn benen helemaal vol, mijn hartslag maximaal en een inwendige vloek verder heb ik de 139 treden betreden.

De laatste kilometer is alleen maar dalen met wel her en der een flinke bocht. Voldaan loop ik op de finish af en geniet van het applaus van het publiek. Ik kijk nog even achterom en het is alsof de berg mij een schouderklop geeft.

Veel mijn Atledo maten zijn al over de finish. Iedereen viert zijn eigen overwinning op dit roofdier maar genieten vooral samen van deze prachtige dag.

We lopen terug naar de auto en kijken nog even omhoog. Het is alsof de berg ons nog één keer toespreekt: “Tot volgend jaar”.

Ben Barendse